|
|
Informatie
Waar staat de
Duitse Herder Club Nederland voor?
Solide
bestuur.
De vereniging heeft een normale, maar wel open structuur.
Het bestuur zal bestaan uit gekwalificeerde bestuurders en
worden benoemd door de leden. De bestuurders en eventuele
commissieleden staan open voor opmerkingen van de leden,
waarbij de nadruk ligt op steun en vertrouwen. Ieder lid wat
deel wil nemen aan discussie's, krijgt daartoe volop de
ruimte.
Het beleid van het bestuur is uiteraard gericht op het
bevorderen van de gezondheid van het ras, maar ook op de
gezelligheid eromheen. We weten dat er meer wegen naar Rome
leiden en dat deze elkaar niet in de weg hoeven te staan:
"Als een ander het anders doet dan jijzelf is dat niet per
definitie fout."
Het contact met de leden zal op verschillende wijzen worden
geregeld: middels bijeenkomsten, nieuwsbrieven en internet
(website) kunt u met het bestuur én met elkaar "spreken" .
Uiteraard komen er ook shows, met de nadruk ook daar op
gezelligheid, en niet op competitie.
Raad van
Beheer.
Inmiddels is de
FCI
zo ver: de Langstokhaar Duitse Herder
wordt opgenomen in de rasstandaard van de Duitse Herder per
1 januari 2011. Dat betekent dat deze honden, mits zij een
stamboomnummer bij de Raad van Beheer hebben ook mogen
worden ingezet voor de fok via de
Raad van Beheer.
Onze vereniging zal dit ondersteunen. Voor de overige honden
zal de vereniging eigen afstammingsbewijzen gaan
verstrekken, waarbij de rasstandaard van de Vereniging
Duitse Herder uitgangspunt zal zijn. Uitgangspunt, omdat
binnen onze vereniging andere kenmerken uitgangspunten bij
de fok zullen vormen. Zo zal het fokdier goed gesocialiseerd
moeten zijn en een goed karakter moeten hebben, maar zijn de
vergaande eisen die in de Duitse Herder Vereniging geëist
worden (IPO e.d.) niet noodzakelijk. Voorts richten wij ons
op de fok van honden met een rechte(re) rug, en staan we
meer kleurstellingen toe.
Dit alles is vastgelegd in het fokbeleid, wat leidend is
voor de fokkers om hun werk te kunnen doen.
Breed
fokken.
Na contact met diverse genetici, en anderen deskundigen, ook
die van de universiteit van Pennsylvania waar de
PennHip is
ontwikkeld, zijn wij er van overtuigd dat met de huidige
wetenschap, breed fokken de meeste garantie biedt voor een
duurzaam gezond ras.
Fokken waarbij de fokdieren (streng) worden geselecteerd op
enkele kenmerken, leidt tot het insluipen van andere
(ongewenste) kenmerken, die pas later zichtbaar gaan worden.
Wij gebruiken dus niet alleen de "kampioenen" of "fokdieren
met de beste heupen", maar gaan er van uit dat juist alle
dieren uit de populatie zijn geschikt voor de fok, behalve
die een duidelijke erfelijke afwijking hebben. Daarnaast is
gebruik van fokdieren die aan elkaar verwant zijn niet
gewenst. Ondersteund door een database met klinische
gegevens wordt het mogelijk de keuze van de fokdieren later
nog te verbeteren.
Over breed fokken en de motivatie zie de pagina
Fokken?
Karakter boven
uiterlijk.
De meeste mensen die overgaan tot de aanschaf van een Herder
willen vooral een hondje dat past binnen hun
familiestructuur. Eigenlijk is de Herder geschikt voor heel
veel werkgebieden: hij speurt goed, is leergierig, heeft
werklust, kan sporten, en ga zo maar door. Agressiviteit
willen we echter niet. Het is dan ook het zwaartepunt van de
aankeuring dat het karakter van de fokdieren goed in orde
is. Immers wordt dat (ten dele) ook erfelijk doorgegeven, en
is het de teef die de eerste 8 weken haar puppen opvoedt.
Uiteraard mogen de fokdieren geen genetische afwijkingen
hebben.
DHCN
ondersteunt en adviseert.
In het verleden zijn wantrouwen en achterdocht leidraad
geweest voor het inrichten en controleren van de
activiteiten binnen rasverenigingen. Groots opgezette
controles, veel papierwerk, met overigens als resultaat dat
men, of een manier vond om de regels te ontduiken, of men
gewoon buiten de vereniging verder ging met datgene wat de
vereniging verbood. Vriendjespolitiek ontstond als vanzelf.
Het resultaat van die aanpak was mager.
De DHCN kiest voor de aanpak middels creëren van onderling
vertrouwen en het bieden van steun. Niet vanuit dogma's,
maar vanuit openheid. Uiteraard is er aandacht voor
verantwoordelijkheid, maar die ligt op de plaats waar hij
hoort: bij de mensen (en dus fokkers) zelf. Door zelf open
te denken, ervan uit te gaan dat andere meningen ook tot het
beoogde effect kunnen leiden, ontstaat een gezonde
vereniging waarbinnen met respect voor elkaar onze honden,
en plezier met onze hobby centraal staat.
Verantwoordelijkheid
bij de fokker zelf.
De ideale fokker bestaat niet, de mooiste hond bestaat niet
(maar is per definitie altijd je eigen hond) we werken nou
eenmaal met een natuurproduct.
Binnen de vereniging zijn wel richtlijnen opgesteld wat we
als (bijna) ideaal willen beschouwen, waar je je op kunt
richten. Daar kan zowel de fokker als de pupkoper kennis van
nemen. Ook zal de vereniging bij het fokken een aantal
contactmomenten hebben met de fokker, wederom vooral om
advies te geven.
|
     |